Blog

29 april 2013

Ko Colijn: De Britse ontwapeningssoap

Koreanen maken ruzie om wapens, Britten om ontwapening. In Schotland wordt een boeiend spel gespeeld om de Engelse kernonder­zeeërs.
Aan de andere kant van de aardbol is één volk, verdeeld over twee landen, verwikkeld in een tamelijk belachelijk nucleair gevecht.

De noordelijke Koreanen proberen met een paar atoomwapens de overlevingsstrijd van hun miserabele staat nog een tijdje te rekken. De zuidelijken maken zich ongerust, want het is niet fijn om gechanteerd te worden door een verwarde jongeman met rondslingerende raketten. Maar laten we niet denken dat de nucleaire gekte iets van ver weg is. Bij de overburen, aan gene zijde van de Noordzee, gebeuren ook best rare dingen.

Daar zijn twee volkeren, verenigd in één land, verwikkeld in een gevecht waarin niet met be-, maar met nucleaire ontwapening wordt gedreigd. Ach, de Schotten en Engelsen zullen er echt geen oorlog om voeren, de Schotse Sacha de Boer is minder opgewonden dan de Noord-Koreaanse, maar een spannende soap is het wel.

Op 18 september 2014 houden de Schotten hun referendum over onafhankelijkheid. Als de Scottish National Party haar zin krijgt, komt er dan een glorieus einde aan de unie die noord en zuid al driehonderd jaar verbindt. Volgens velen is de kans op ‘yes’ niet heel groot, maar de gemoederen zijn er niet minder hevig om. Mocht het tot onafhankelijkheid komen, dan wil de SNP van Schotland een kernwapenvrij land maken. Dat is het nu niet, want sinds jaar en dag bevindt de thuishaven van de Britse atoommacht zich in Clyde, een natuurlijke haven bij Glasgow.

Cameron geeft zich tot nu toe niet bloot, wetend hoe duur het nucleaire spel is

Clyde is de basis van de Trident-onderzeeërs, die zijn uitgerust met atoomraketten. Er patrouilleert altijd een Trident op de oceanen om er, mocht het Verenigd Koninkrijk in nood raken, voor de ultieme vergeldingsklap te zorgen. Verhuizen naar Engeland zou onder normale omstandigheden al veel geld kosten, maar de kwestie is extra pikant omdat de Trident aan vervanging toe is en Londen zich afvraagt of zo’n peperdure afschrikkingsmacht (geschat op vijfentwintig miljard euro) nog wel nodig is. Ook de Britten moeten enorm bezuinigen en Defensie bloedt mee. Daarom woedt – simpel gezegd – een stevig debat of het schaarse budget aan gewone soldaten en vliegtuigen of aan een imperiale kernmacht moet worden besteed. Als de Schotten de basis Clyde zouden sluiten, wordt de laatste optie (vervangen plus verhuizen) wel heel erg duur. Dat maakt de inzet van het debat erg hoog, want nu staan ineens de hoge ambities van het Verenigd Koninkrijk als ‘wereldmacht’ op het spel.

En dan wordt het Hogerhuis wakker. De Lords hebben afgelopen week van premier Cameron geëist dat hij uitlegt hoe hij het pokerspel rond de Trident denkt te spelen. Maar Cameron geeft zich tot nu toe niet bloot, wetend hoe duur het nucleaire spel is. In eerste aanleg hoopt hij natuurlijk gewoon dat het Schotse referendum op een klinkend ‘nee’ uitdraait, zodat de eventuele deportatie van de atoommacht vanzelf van de agenda verdwijnt. Dan kan hij de strijd om de vervanging van de Trident – en de Tories zullen tot in de eeuwigheid voorstander van een trotse deterrent blijven – zonder Schotse hypotheek aangaan.

Eerst weglopen en dan met een klein Schots niemendallegertje onder onze grote paraplu schuilen

In tweede aanleg hoopt hij de krachtmeting met de eigenwijze Schotten te winnen via de NAVO. De leider van de SNP, Alex Salmond, claimt dat een onafhankelijk Schotland automatisch lid zal zijn van het bondgenootschap. Oh no, vindt de regering-Cameron, jullie moeten netjes solliciteren. Het zou toch al helemaal te dol zijn als Schotland automatisch, en dan ook nog eens kernwapenvrij, lid zou mogen blijven. Eerst weglopen en dan met een klein Schots niemendallegertje onder onze grote paraplu schuilen, dat is voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten.

Vorige week heeft de NAVO dit standpunt overgenomen: Schotland zal zich na een yes keurig in Brussel als kandidaat moeten aanmelden. Daar moeten alle huidige lidstaten dan vervolgens mee akkoord gaan. En dus ook het Verenigd Koninkrijk, dat aan Schotlands ‘toetreding’ de voorwaarde zou kunnen verbinden dat Clyde open moet blijven. Maar Schotland gokt dat de NAVO de nieuwe staat, door zijn strategische ligging aan de noordelijke Atlantische Oceaan, zo hard nodig heeft dat het de kernwapenvrijkaart wel kan spelen. Mooi spel! Misschien moet Cameron voor de opvolger van de Trident maar een Noord-Koreaanse baai leasen.

Over Ko Colijn
Ko Colijn (1951) werkt sinds 1978 bij Vrij Nederland. Hij schrijft over alles wat met internationale politiek te maken heeft: conflicten en oplossingen, falende staten en supermachten, internationale organisaties en ngo’s, schurken en helden. Daarnaast is hij directeur van Instituut Clingendael en voorzitter van het NGIZ in Rotterdam.

9 april 2013

Ko Colijn: Ploumen: veel good governance gewenst!

Drie paradoxale redenen waarom ontwikkelingshulp niet altijd tot ontwikkeling leidt

Ontwikkelingshulp mag je eigenlijk niet meer zeggen, je hoort over samenwerking te spreken. Ook Lilianne Ploumen gebruikt het woord niet meer. Ze is minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Misschien zelfs wel in die volgorde, en dan heb ik het nog niet over het feit dat ze ook nog een budget voor internationale veiligheid in haar portefeuille heeft.

Daarmee is ze misschien wel de interessantste bewindspersoon uit het kabinet-Rutte-Asscher, omdat ze de koopman, de dominee en de militair tegelijk moet zien te zijn. Nog niet zo lang geleden was dat netjes opgedeeld. In het slechtste geval rolden drie ministers rollebollend over straat, in het beste geval waren zij het roerend met elkaar eens. En nu moet Ploumen het voortdurend met zichzelf eens zien te zijn.

Waarom ook niet? We kunnen er gerust nog een schepje bovenop doen: eigenlijk is het dé missie van het tegenwoordige Nederland om win-win-win-win-enzovoorts situaties te zoeken en te benutten, want dan zijn we allemaal blij, donor en partner.

Maar dat blijkt niet altijd op te gaan.

De Wetenschappelijke Raad voor de Regeringsbeleid zette ons in 2010 met beide benen op de grond door de heilige 0,7 procent ontwikkelingsbudget als deel van het nationaal inkomen te relativeren. Maatwerk en professionaliteit zijn nodig, alleen hulp verlenen waar dat werkt. Zoek effectieve overheden. En dat kan ook vuile handen betekenen, dus zakendoen met corrupte bestuurders. Ja maar, antwoordde Marcia Luyten, schrijfster van Dag Afrika, hoe doe je zaken met corrupte lieden in corrupte systemen? Daar vind je geen effectieve overheden. Wie in Haïti een zaak opent, moet 204 dagen op de juiste papieren wachten. Een stuk land kopen kost vijf jaar. Dat schiet niet op.

Een deel van het antwoord gaf Luyten zelf. Ontnuchterend advies: hulp is nog wél nodig, maar wees pragmatisch, probeer de loop van de rivier niet om te keren. Deel je gratis muggennetten uit, dan maken de mensen er bruidssluiers en visnetten van. Gratis is niks waard. Laat je ze er vijftig cent voor betalen, dan doen ze hun werk. In Malawi werden de ‘verkochte’ netten wel toegepast en nam de malaria af.

Aan de Erasmus Universiteit sprak econome/sociologe Geske Dijkstra twee weken geleden haar oratie uit. Haar boodschap ging verder dan ‘zoek naar de bestuurder met wie je zaken kunt doen, het geeft niet hoe’. Niet zelden leidt hulp niet alleen tot good, maar ook tot bad governance. In ‘Paradoxes around Good Governance’ stelt Dijkstra dat er onaangename waarheden schuilen in de klassieke rationale achter ontwikkelingshulp, namelijk de redenering dat hulp bevorderlijk is voor goed bestuur, en dat goed bestuur vervolgens de economische ontwikkeling van een land ten goede komt. Om met het laatste te beginnen: in een onderzoek naar 120 landen blijkt geen of zelfs een negatief verband te bestaan tussen good governance en economische ontwikkeling. Misschien is de causale volgorde zelfs andersom en krijgen landen die het economisch goed doen op den duur betere instituties (democratie, rechtsstaat).

Laat je ze betalen voor de muggennetten, dan doen ze hun werk

Paradox 2: ontwikkelingshulp blijkt ook geen uitgemaakte democratiebevorderaar. Zo kan hulp zorgen voor belastingluiheid in het ontvangende land, houden de talloze hulpprogramma’s vele lokale bureaucraten bezig met verantwoording aan de donororganisatie maar niet aan het eigen parlement, en versnipperen zij de effectiviteit van broze lokale instituties door de soms wel vierhonderd ontwikkelingsmissies die een gemiddeld Afrikaans land jaarlijks te verduren krijgt.

Een derde paradox die Dijkstra noemt is dat ontwikkelingshulp rampzalige politieke eisen aan landen heeft gesteld. Wereldbank- en IMF-eisen kwamen vaak neer op handelsliberalisatie en privatisering, maar die waren de doodsteek voor Ghanese kippenfokkerijen en de maïs- en koperindustrie in Zambia. We vergeten vaak dat wij, Europese landen, ooit groei-economieën werden dankzij invoertarieven en investeringseisen aan buitenlanders, kortom precies die maatregelen die wij ontwikkelingslanden nu doorgaans verbieden. En helaas heeft Nederland een van de ontwikkelingsinstrumenten die juist wel werkt, begrotingssteun, afgeschaft. Lilianne Ploumen, met zo veel verschillende hoeden op, veel good governance gewenst!

 

ko.colijn@vn.nl

08-04-2013

11 maart 2013

Ko Colijn: De Heilige Stoel: een stille supermacht

De wisseling van de wacht in het Vaticaan lijkt voor de gemiddelde tv-kijker op het komen en gaan van Sin­ter­klaas. Zwitserse gar­dis­ten die een houten deur sluiten, de heilige vader die wuivend een ererondje maakt en zijn gelovige fans een goedenacht toewenst, livereportages van zijn hemelvaart per pauselijke helikopter.

Er werd nog net niet met pepernoten gestrooid.

Maar de heilige vader was ook politicus. Het Vaticaan is een geestelijke supermacht die een archaïsme en interessante vorm van nieuwlichterij tegelijk is. Ooit kreeg de paus met de Westfaalse Vrede in 1648 een gebiedsverbod tot de internationale politiek opgelegd. Politiek was alleen voor staten, niet voor Heilige Stoe­len. Tegenwoordig is het weer bon ton om de mondiale politiek als een polycentrisch systeem te beschouwen, waarin non state actors weer mogen meedoen, want de natiestaat kan het allemaal niet meer alleen aan. Als Facebook, Amnesty Inter­na­tional, Al-Qaida en Artsen zonder Grenzen meetellen in de wereldpolitiek, dan is de paus met zijn 1 miljard volgers ook weer terug.

En het pontificaat van Benedictus heeft zich zeker niet onbetuigd gelaten. Volgens de Zwitserse theoloog Küng zelfs op rampzalige wijze: hij heeft protestantse kerken, joden, moslims, indianen, vrouwen en alle hervormingsgezinde katholieken tegen zich in het harnas gejaagd, seksueel misbruik door geestelijken naar de doofpot verwezen en Holo­caust­ont­kenner bisschop Richard Williamson de hand boven het hoofd gehouden. Ook uit de alweer bijna vergeten WikiLeaks rijst een beeld van soms pikant diplomatiek optreden van ‘Rome’. Het Vaticaan verbood zijn officials om te getuigen voor de Ierse commissie-Murphy, die onderzoek deed naar seksueel misbruik van kinderen. Pas na onverkwikkelijk geschermutsel met Ierland kwam Benedictus tot de erkenning dat het Vati­caan fouten had gemaakt en besloot hij te bidden voor de slachtoffers.

Achter de rug om van de aartsbisschop van Canterbury nodigde Bene­dictus in 2009 Britse conservatieve tegenstanders van het vrouwelijk priesterschap uit zich tot het katholicisme te bekeren. Dat bracht de bisschop, Rowan Williams, in een ‘onmogelijke positie’ en de Angli­caans-Vaticaanse betrekkingen in de ergste crisis sinds vijftien jaar. Er moest zelfs met gewelddadige uitbarstingen tegen de katholieke minderheid in Groot-Brittannië rekening worden gehouden, schreef de Britse gezant bij het Vaticaan in een geheime telex. Zelfs aan de Global War on Terror droeg Benedictus zijn steentje bij.

Benedictus was ook niet vies van lobbyen in Brussel: hij was een drijvende kracht achter de beweging die Tur­kije buiten de EU wil houden en mede daarom een verwijzing naar de ‘christelijke wortels’ in de Europese grondwet wilde opnemen. Maar het Witte Huis is om geostrategische redenen wél warm voorstander van een Turks lidmaatschap van de EU. Door juist de kaart te spelen dat een Turks lidmaatschap waarschijnlijk goed zou zijn voor de christelijke minderheid in Turkije, werd de paus zwaar onder druk gezet om zich tot voorstander van Turkse toetreding te bekeren.

Uit Amerikaanse WikiLeaks blijkt dat de Amerikanen ook niet bepaald blind waren voor de katholieke hefboom die de kleine Heilige Stoel met zijn wereldwijde achterban in grote politieke kwesties kan spelen. In life and family issues kon hij het conservatieve Po­len binnen de EU als tegenwicht laten fungeren in het seculiere West-Euro­pa, en aan de andere kant van de oceaan waren de Amerikanen blij dat het Vaticaan aan de stoelpoten van Hugo Chávez in het katholieke Vene­zuela zaagde. Tevreden stelde de Ameri­kaan­se gezant ook vast dat het Vati­caan gevoelig is voor de Ame­ri­kaan­se lobby voor Franken­stein­voed­sel. Niet openlijk natuurlijk, maar slim gespeeld door hem geleidelijk te bekeren tot een pleidooi voor ‘agrotechnologie’ als oplossing voor het vraagstuk van honger in de derde wereld. Dat was weer goed voor de verkoop van genfood van Ameri­kaan­se bedrijven als Monsanto.

Zelfs aan de Global War on Terror droeg Benedictus zijn steentje bij. Na 2005 meldde het Vaticaan zich als lid bij het Proliferation Security Initia­tive, een club die verdachte transporten van massavernietigingswapens naar schurkenregimes onderschept. Niemand weet hoe de vloot- en straaljagerloze paus dat doet, maar waarschijnlijk gaat het de Amerikanen ook hier om zijn grenzeloze morele gezag. De paus: een stille joker.

 

ko.colijn@vn.nl

22 november 2012

Ko Colijn: Na vier jaar Obama. Wat heeft Obama in de wereld bereikt?

Wat ook de uitslag van de presidentverkiezingen in de VS zal zijn, we zitten weer eens middenin een ‘belangrijk tijdsgewricht’ en maken de balans op van vier jaar oud beleid. Op zoek naar de prioriteiten voor vier jaar nieuw beleid. De verwachtingen van Obama waren hoog, vier jaar geleden. Als hij nu aan een functioneringsgesprek ‘buitenlandse politiek’ zou worden onderworpen, zou hij op deze tien punten worden afgerekend.

1. Nucleair zero

Obama beloofde de wereld minder nucleaire wapens en haalde een oud en bijna vergeten gezelschapspel met de Russen uit de kast: wapenbeheersing. Minder raketten, met minder atoomkoppen, en dan maar kijken of je in de buurt van ‘global zero’ kunt komen. Overal hoop en hoera, maar Obama had zich wel ingedekt: not in my lifetime, had hij er bij gezegd. Nucleair terrorisme bestempelde hij zelfs als het grootste gevaar dat de wereld bedreigde, wat uitmondde in de belofte dat hij er binnen zijn eerste ambtstermijn voor zou zorgen dat de wereld een veilige plek zou zijn. Geen nucleaire vuilnisbelt zou zijn waar dieven en terroristen hun slag zouden kunnen slaan. Niet helemaal gelukt, cijfer 6.

2. Reset
Elke Amerikaanse president droomt slecht als het over de Russen gaat. Ze liggen altijd dwars, gaat die koude oorlog dan nooit helemaal voorbij? Biedt Obama nucleaire wapenbeheersing aan, beginnen ze te zeuren over een klein raketschildje dat de Navo langs de zuidwest grens van Rusland wil bouwen. Wil Obama iets doen tegen Assad in Syrië, brengt Poetin steeds maar dat veto uit en houdt hij die schurk de hand boven het hoofd. Willen de VS geld steken in het opruimen van oude nucleaire troep in Rusland –iets dat na de Koude Oorlog heel succesvol was, Amerikaanse mannen scheren zich met stroom die wordt opwekt uit splijtstof van oude Sovjetkernwapens- gaan ze ook op dat vlak weer dwarsliggen. Nee, met de bevrijdende reset die Obama voorstelde wil het maar niet lukken. Maar dat ligt meer aan Poetin, en zo vreselijk erg is het voor de wereld nu ook weer niet, cijfer 6.
3. Van moslimterrorisme naar ‘violent extremism’

Om de moslimwereld niet bij voorbaat te brandmerken als de bron van alle kwaad verliet Obama het paradigma van de Global War on Terror, en mocht alleen nog van campagnes tegen ‘gewelddadig extremisme’ worden gesproken. Toch gelooft de moslimwereld niet zo in de retorische wending. De VS zorgen goed voor zichzelf (en zijn ondanks enkele bijna-geslaagde pogingen aardig terror-proof geworden). Maar in de rest van de wereld is het 9/11 tijdperk nog niet helemaal afgesloten. Het aantal terreuraanslagen neemt weliswaar af, maar van de ruim 5000 terreuraanslagen wereldwijd per jaar komt volgens het National Counterterrorism Center de helft voor rekening van ‘soennitisch extremisme’. Niet helemaal gelukt, cijfer 6.

4. Bin Laden

Op 2 mei 2011, bijna tien jaar na de aanslagen op New York en Washington, werd Osama Bin Laden gesnatched door een ingevlogen team van Navy Seals. Al Qaida was onthoofd, al bleek de rol van de hoofdman uit buitgemaakte papieren en videospeeltjes van OBL al snel die van een tragisch symbool. Een uitgerangeerde trainer van een voetbalclub
die zijn spelers niet meer werkelijk de baas is. Maar de opsporing, vondst en afrekening zelf boden Obama de ideale gelegenheid om te poseren als president aan wie je riskante beslissingen kunt overlaten, en om tien jaar na 9/11 met een doodsklap de zege op Al Qaida te verklaren. Mooie opsteker: cijfer 9.

Nee, de bevrijdende reset die Obama voorstelde wil maar niet lukken

5. Geen slepende landoorlogen meer

Daar heeft de VS dus geen geld meer voor. Eerst gebruikte Obama het onderscheid tussen de ‘wars of choice’en de ‘wars of necessity’ om een nieuwe variant van de foute en de goede oorlog aan het publiek uit te leggen. Irak was fout, de oorlog in Afghanistan was goed, want necessary. Vervolgens ontdekte Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz dat oorlogen uiteindelijk 3000 miljard dollar konden kosten, en Obama zelf trok wit weg toen hij de maandafrekening van Irak en Afghanistan zag: $10 tot $12 miljard. Irak werd vaarwel gezegd (2011), vaarwel Afghanistan (2014). Blijft over dat Amerika minder, en slimmer, en zuiniger, zijn defensie zal inzetten. En meer diplomaten. Want waarom zijn er eigenlijk minder Amerikaanse diplomaten in de wereld actief dan er aan muzikanten in de Amerikaanse strijdkrachten rondlopen?
Goed plan, zij het pas wijs geworden door de financiële crisis: cijfer 7.

6. Van Europa naar China

Een jaar geleden nam Obama de draai: Europa was een ‘producent van veiligheid en geen consument’ dus moest meer voor zichzelf gaan zorgen, de VS moesten de komende jaren wel $ 450 miljard in defensie gaan snijden maar “onze bezuinigingen op defensie zullen niet, ik herhaal niet, ten koste gaan van de Pacific Regio”. De scenario’s van een AirSea Battle met de opkomende supermacht –China dus- liggen klaar. Obama wordt al de eerste Pacific-president van Amerika genoemd – een beetje overdreven misschien met Pearl Harbour nog in het geheugen. En zou de VS echt ooit in oorlog (willen) raken met het land waar het al zijn Ipads en Iphones laat maken? In juni maakte de US Navy wel bekend dat voortaan 60% van zijn oorlogsschepen (was 50%) in de Pacific gaat kruisen. Het zal zo’n vaart niet lopen maar China is geërgerd, cijfer 7-.

7. De grootste vijand…

…..van de VS is niet China of Rusland of Al Qaeda, maar het Amerikaanse begrotingstekort, zei Obama’s stafchef Mike Mullen twee jaar geleden. De bomen groeien ook in de VS niet meer tot in de hemel. Al is het land nog veruit de grootste militaire macht ter wereld, het economische verval gaat hard met procenten tegelijk. Tien jaar geleden produceerde Amerika nog bijna een derde van de gehele wereld. Nu is dat nog maar een vijfde. Als Republikeinen en Democraten het niet eens worden over het begrotingstekort, heeft Obama gedreigd om niet 450, maar 600 miljard dollar in de uitgaven van het Pentagon te zullen snoeien. En wat gebeurt er dan volgens minister Leon Panetta (Defensie)? Dan resteert “een holle krijgsmacht die zijn missies niet meer kan uitvoeren”. Dan staat de VS volgens hem ‘het kleinste grondleger sinds 1940’ en de ‘kleinste marine sinds de Eerste Wereldoorlog’ te wachten. Au, maar het kan niet anders, voor realisme een 7.

8. Leading from behind

Anders dan de afgelopen vijftig jaar wel het geval was, heeft Obama besloten dat zijn land niet altijd meer voorop in de strijd wil gaan. Letterlijk en figuurlijk. In Libië mocht de wereld ingrijpen om de burgerbevolking te beschermen, maar de VS liet de klus door de bondgenoten afmaken. En in Syrië mag het nog niet van de Veiligheidsraad ( met dank aan het Russische en Chinese veto), maar laten we eerlijk zijn: ook de VS willen het eigenlijk niet. Grotere belangen, geld, wie help je daarmee eigenlijk in het zadel, oorlogsmoeheid na Irak en Afghanistan, en het idee dat je met vliegkampschepen en kruisraketten de Arabische lente waarschijnlijk ook niet vooruit helpt: zolang het niet werkelijk moet, beperkt de VS zich tot een grootmacht leading from behind. Begrijpelijk ja, bevredigend nee, cijfer 6½.

9. Drones

Nee, een president van de vrede is ook Obama niet geworden. De terugtrekking uit Irak en Afghanistan, en het charmeoffensief jegens de moslimwereld ten spijt, aan Barak Obama zal het beeld beklijven van de president die met onbemande vliegtuigjes op veilige afstand zijn tegenstanders uit de weg ruimde. In de eerste twee jaar gaf Obama vier keer zo vaak (persoonlijk) toestemming voor targeted killings als Bush in de hele presidentsperiode daarvoor. Efficiënt? Ja, het is gemakkelijk oorlogvoeren vanaf de thuiscomputer. Raak? Ja, maar volgens recente studies vooral ten koste van onschuldige burgers. Maar 2% van de slachtoffers zouden ‘high-level militants’zijn. Toegestaan? Volgens Philip Alston, speciaal rapporteur van de VN, niet. Zijn conclusie was: als ieder land in de wereld zich als de Amerikanen zou opstellen, “to kill people anywhere, anytime”, zou het resultaat chaos zijn. Vooral aan de redenering dat dubieuze figuren preventief om zeep gebracht mochten worden had de VN-rapporteur geen boodschap. Cijfer: 6-.

10. Iran-Israel

Hoofdpijndossier voor Obama, dat zijn ontknoping nadert. Hij moet het gevecht op verschillende fronten voeren. Natuurlijk in de eerste plaats met Iran zelf, dat Israel bedreigt en binnen een half jaar genoeg splijtstof kan hebben om er een atoombom van te maken. Obama heeft zich vastgelegd op een red line die maar ietsje verder ligt, namelijk dat Iran die bom niet mag hebben. Israel (Netanjahoe) wil al eerder militaire actie tegen Iran en gijzelt de VS min of meer: help ik bega een ongeluk. Wat dat laatste betreft: de Iraanse vergelding kan bestaan uit aanvallen op olie-installaties in de Perzische Golfregio, afsluiten Straat van Hormoez, aanvallen op Israel via Hezbollah, chaos op de oliemarkt en –als dat al niet gebeurd is- verlaten van het Non Proliferatieverdrag. Van Obama’s voornemen in 2008 om nu eens met alle kracht aandacht te geven aan het Midden-Oostenprobleem, zo door Bush verwaarloosd, komt zo niets terecht. Voor tact en geduld krijgt Obama een tot nu toe 7, voor resultaat een 4, maar het is nog niet uit de hand gelopen en dat wordt dus gemiddeld een 5½.

Uitslag na optellen en middelen, en met inbegrip van goede bedoelingen: 6½.

Aanstelling kan verlengd worden.

22 november 2012

Ko Colijn: Voor wat hoort wat.

Voor wat hoort wat.  Bezuinigingen op Defensie: een uitgeklede krijgsmacht waarmee Nederland internationaal afhaakt.De verkiezingscampagne maakt zich druk om leugentjes: werken drie ziekenhuizen wel of niet samen, stijgt de inflatie bij de VVD een beetje minder meer, meer minder, minder minder of méér meer dan bij de PvdA? Bij de volgende verkiezingen zullen alle lijsttrekkers in een door John de Mol ontworpen format voor een spelletjesshow ritueel aan de polygraaf moeten.

De grootste leugen mag uit naam van de ‘onpartijdigheid’ zo niet genoemd worden: de PVV mag pronken met gunstige uitkomsten van de CPB-door­reke­nin­gen waarin het uitstappen uit de euro en vooruit, ook maar meteen de Europese Unie, niet zijn verdisconteerd. Een politieke partij mag zelf bepalen wat wel en niet wordt doorgerekend. Dat is te vergelijken met het aanvragen van een gezondheidsverklaring door mijn moeder voor het verlengen van haar rijbewijs, waarbij haar leeftijd (94), rolstoel en gezichtsvermogen van 20% even mogen worden weggelaten.

Zelf werd ik ook van leugens beticht toen ik een paar maanden geleden op een achterbanbijeenkomst van een vrij grote sociaal-democratische partij was uitgenodigd om een column toe te lichten waarin ik die partij verweet wel erg gemakkelijk nog eens een miljard extra op Defensie te bezuinigen. Toornig verzekerde de partijleider dat hij zeer verantwoorde keuzes had gemaakt op basis van de zogeheten variant-C uit de Defensieverken­nin­gen. ‘Veiligheid Brengen’ heette die beleidsoptie. Heel kort gezegd: niet alleen je eigen land verdedigen maar ook in Verweggi­stan meebouwen aan een veilige en rechtvaardige wereld. Wilde hij concreet aangeven hoe hij dat met nog eens een bezuiniging van een miljard dacht te kunnen doen? Nee, wilde hij niet, zijn achterban moest geduld hebben tot eind augustus als de nieuwe doorrekeningen van de verkiezingsprogramma’s door het CPB zouden verschijnen.

Wie zelf niets te bieden heeft, mag niets verwachten van anderen

Ik dacht dat hij sprookjes vertelde over die C-variant en zei dat zijn bezuinigingen toch wel verdacht veel trekjes vertoonden van de G-variant van ambtelijke bezuinigers uit 2010: een uitgeklede krijgsmacht waarmee Nederland internationaal dreigde af te haken en vooral de landmacht zou bloeden. De bezuinigingsambtenaren hadden destijds al eerlijk toegegeven dat dit serieuze consequenties zou hebben. Ons wachtte bijvoorbeeld ‘het risico dat Nederland binnen de VN, de NAVO en de EU wordt gezien als een free rider’. Niets daarvan, antwoordde de boze partijleider en in een net avondblad liet hij weten dat hij de boodschapper eens even flink de oren had gewassen. Ai, beschaamd droop ik af en besloot een tijdje onder te duiken.

Nu liggen die CPB-commenta­ren er. Bij de 1 miljard bezuinigingen van die sociaal-democratische partij merkt het CPB op dat de partij weliswaar ‘kiest voor de C-variant’ maar dat meer dan de helft (verderop in het rapport staat 0,6 miljard!) uit de free rider-variant G komt. (Wat lijkt op kiezen voor Euro­pa, maar uit de EU en de euro stappen.) Ook de SP en Groen­Links hebben flink uit die G-variant geplukt. En ook D66 neemt de landmacht op de korrel door de helft van haar 500 miljoen bezuinigingen te zoeken in een donkergroene taakstelling.

Minister Hillen (Defensie) gooide er nog een schepje bovenop. Op 31 augustus schreef hij de Twee­de Kamer dat de krijgsmacht bij dergelijke bezuinigingen niet langer ‘veelzijdig inzetbaar’ zou zijn, en dat die bezuinigingen ‘grote consequenties voor de samenhang van de krijgsmacht en voor de samenwerking met de bondgenoten’ gaan hebben: ‘variant G uit de heroverwegingen bijvoorbeeld, waarnaar enkele partijen blijkens het CPB naar verwijzen, behelst grootscheepse reducties waardoor de zelfbescherming, het escalatievermogen en het voortzettingsvermogen in de lucht en op het land worden verminderd. Die variant heft zelfs de Landmacht als organisatie op.’

Dat laatste vind ik te ver gaan, al voorzagen de bezuinigingsambtenaren inderdaad wel opheffing van ‘het Commando landstrijdkrachten als organisatie’. Interessant en juist is hoe Hillen en passant een andere ‘leugen’ doorprikt. Veel partijen zien de oplossing voor hun bezuinigingsdrift in samenwerking en taakverdeling met (Europese) bondgenoten. Schei toch uit, zegt Hillen, die landen zien ons al aankomen. Wie zelf niets meer te bieden heeft, moet echt niet verwachten dat anderen ons zullen belonen door taken over te nemen.

26 april 2012

Ko Colijn: Spel der hypocrisie.

Mark: nu duidelijk nee zeggen, niet voor herhaling vatbaar.
Op het moment dat Jan Kees de Jager op een IMF-vergadering in Washington tevreden meldde dat Europa er fijn in slaagt (‘significante vooruitgang’) om de schuldencrisis te bezweren, werd in Den Haag het tapijt onder het kabinet vandaan getrokken. Hij kon meteen een taxi naar het vliegveld nemen.
Het was des te pijnlijker omdat het IMF bezig was geld in te zamelen voor het noodfonds dat landen zal bijstaan in het afweren van aanvallen door financiële markten als gevolg van de eurocrisis. Zo hadden Japan, Zwitserland, Noorwegen en zelfs Groot-Brittannië al 430 miljard dollar bij elkaar gelegd, maar wel met de eis dat Europese landen ook orde op zaken in hun eigen huishouding moesten stellen. De actie van Wilders c.s. had wat dat betreft niet slechter getimed kunnen zijn.

De financiële markten en rating agencies zullen de prijs die Nederland betaalt verder opvoeren en het is misschien goed om dat de oudjes die Wilders zo na aan het hart liggen nog eens uit te leggen.

Ook pijnlijk: de vileine verbazing in het buitenland over het feit dat uitgerekend Nederland, hartstochtelijk voorstander van een straf-Duitse aanpak van de Europese begrotingsproblemen en niet te beroerd om Griekenland steeds de les te lezen, er niet in slaagt om streng te zijn voor zichzelf.

Maar om daarmee de zwarte piet eenzijdig bij de PVV te leggen gaat ook weer te ver. Je mag ervan uitgaan dat Mark Rutte de pseudo-coalitiepartner aan het begin van de besprekingen in het Catshuis nog eens duidelijk heeft gemaakt dat de 3 procent randvoorwaarde was, om er niet na zeven weken op een zaterdagmorgen nog eens achter te komen dat zelfs dat niet het geval is. Ik geef hem in dit opzicht het voordeel van de twijfel, maar dat neemt niet weg dat hij de betrouwbaarheid van de PVV heeft overschat – en de schade die Wilders ons land nu bezorgt heeft onderschat.

De brave Stef Blok bleef de zondag na het drama lief over ‘Geert’ spreken en koesterde in Buitenhof de illusie dat hij een prachttijd had beleefd met de PVV en nog zou kúnnen beleven (‘de VVD sluit nooit een partij uit’), alsof ook hij niet zeven weken lang in het Catshuis en achttien maanden ervoor het spel der hypocrisie had meegespeeld. Hij bleef zich verwonderd afvragen hoe het toch mogelijk was dat Wilders, vermoedelijk gesteund door Bosma en Agema, een overeengekomen ontwerpakkoord niet door de fractie van de PVV hadden weten te slepen. ‘Onzin, wij waren er unaniem tegen!’ twitterde Wilders nog tijdens de uitzending, daarmee bewijzend hoe onbetrouwbaar hij (zo niet achttien maanden lang, dan toch: op die zaterdagmorgen zelf) was en hoe naïef zijn tafelgenoten.

Ik laat het fileren van het Catshuis-echec zelf graag aan Binnenhofdeskundigen over. Blind voor het feit dat ook andere partijen, oppositie vooral, niet vies waren van gemarchandeer met Europese begrotingsnormen, ben ik ook niet dus ik ben wel heel benieuwd hoe de Nederlandse politiek het voor elkaar gaat krijgen om nog iets van een ordentelijke begroting door de brievenbus van Olli Rehn te duwen.

Ik maak mij wel druk om het onvermogen van de VVD en het CDA om zichzelf te blameren voor het experiment met de PVV. Voelt men zich nu pas verraden door Geert? Dit doet het ergste vrezen voor het komende politieke tijdperk. Door de PVV nu eens ongeremd wél aan te wijzen als het gezelschap dat Nederlandse belangen schaadde, de status van gedoogpartner nooit verdiende, en door na een korte boosheid de eenmanspartij in een volgende kabinetseditie categorisch van meeregeren uit te sluiten, maken Rutte c.s. het zich misschien niet gemakkelijker maar zal Nederland wel voor voorspelbaarder, geloofwaardiger en gerespecteerder in het buitenland worden aangezien.

Maxime Verhagen kan het zich nu permitteren om vol naar Wilders uit te halen, hij zal niet de volgende CDA-leider zijn. De VVD van Stef Blok is blijkbaar zover nog niet. Maar het buitenland zal een herhaling van het experiment met de risee die Obama een ‘dhimmi’ en Erdogan een ‘mafkees’ noemt minder begrijpen. Het blijven spreken over ‘Geert’, de man die nu in een gelegenheidstirade het ‘verschrikkelijke Brussel’ in de beste Thatcheriaanse traditie schoffeert als zondebok voor eigen falen, als mogelijke partner in een volgend kabinet zou een akelige fout zijn, dat begrijpen de jongste bedienden bij Standard & Poors en Fitch nog wel. Dus Mark: nu duidelijk nee zeggen, niet voor herhaling vatbaar.

13 april 2012

Ko Colijn: Einde van Dezer Dagen

Volgens Heldring doet het er niet zoveel toe dat de wereld er sinds 1960 enigszins anders uitziet.

De nestor van de Nederlandse buitenlanddeskundigen, Jerôme Heldring, heeft na meer dan een halve eeuw besloten om zijn column Dezer Dagen te beëindigen. Gebrek aan inspiratie, luidt zijn motivering, maar eerlijk gezegd geloof ik daar niets van. Op gebrek aan scherpte viel Heldring niet te betrappen en áls er al sprake is van het vervallen in herhalingen is dat natuurlijk niet Heldring die dat doet maar de wereld zelf.

Gelukkig dat er steeds iemand onder ons was die over de feilloze zoekfunctie in zijn menselijk geheugen beschikte. Daarmee confronteerde Heldring ons wekelijks met de hardnekkige constanten in ons buitenlands beleid, de ongemakkelijke illusies van ons idealisme en de hinderlijke barrières die wij zelf opwerpen door ons belangrijker te vinden dan de werkelijke wereld ons toestaat. Tweeënvijftig jaar lang.

De herhaling mocht de trouwe volger dan misschien wel eens opvallen, je kunt niet anders concluderen dan dat de Nederlandse politiek, niet zelden door overmoed en moreel gelijk verblind, die duurzame spiegel van ontnuchtering nodig heeft.

Wie zou ik zijn om de duurzaamheid van Heldrings wereldbeeld zelf de maat te nemen – maar ik zou wel benieuwd zijn naar zijn antwoord op de vraag of hij vindt dat de internationale politiek in die tweeënvijftig jaar wezenlijk is veranderd. Als dat ‘ja’ zou zijn, dan is het constateren dat Nederland in oude fouten of, neutraler uitgedrukt, oude gewoonten vervalt natuurlijk geconditioneerd. Wat destijds hovaardig, onbezonnen en contraproductief was, hoeft dat nu niet per se te zijn. Of omgekeerd. In het project-Europa gelooft Heldring in elk geval niet. ‘Europa betekent als politieke actor niets. Helemaal niets. Ik geloof ook niet dat Europa dat ooit zal worden,’ zei hij in 2009 in de bundel De Nieuwe Wereld. Niet omdat hij er tegen is, vindt hij, maar omdat Europa volgens hem een Europa der staten is. En daar komt nog wat bij, maak ik op uit zijn afscheidsbijdrage voor NRC Handelsblad. ‘Europa wordt niet één omdat de democratie in slechts één land zich ertegen kan keren, het referendum van 2005 bijvoorbeeld.’ Ik denk dat Heldring bedoelt dat natiestaten hun democratie nooit aan Europa zullen weggeven.

In het project-Mensenrechten gelooft Heldring ook niet. Althans: in mensenrechten en ontwikkelingssamenwerking als doelen op zichzelf ziet hij niets. Wel als het politieke instrumenten, dus drukmiddelen, zijn. Dat is on-Nederlands. Het onverstandigst wat een klein land als Nederland kan doen, vond hij, is om de mensenrechten tot kernpunt van zijn buitenlandse politiek te maken. China de les lezen? Niet doen, ‘maakt niet de minste indruk, werkt irriterend en is mogelijk zelfs contraproductief’. En als een minister van Buitenlandse Zaken dat dan toch doet (toen: Verhagen), dan moet je je daar niet op voor laten staan.

In een project-Idealisme gelooft Heldring ook niet. Dat ligt volstrekt in het verlengde van zijn euroscepsis en afwijzing van mensenrechten als kerndoel van buitenlandse politiek. ‘Politiek is een spel om de macht,’ schrijft hij in zijn afscheid, in duizend toonaarden heeft hij de Nederlandse pretentie om moreel gidsland (‘Jeanne d’Arc’) te zijn, afgewezen. Ook grote landen kunnen zich de luxe van ‘waandenkbeelden’ niet permitteren, zie het maakbaarheidsdenken van de neoconservatieve politici onder Bush junior, die dachten dat Irak ‘als een soort democratische magneet (…) het hele Midden-Oosten zou laten kantelen’. Het draait dus allemaal om macht; dat de Nederlander dat een vieze gedachte vindt, schrijft Heldring toe aan de heimelijke neutraliteitsreflex die ons land nog altijd in de genen heeft.

Misschien trek ik onjuiste conclusies als ik denk dat het er volgens Heldring niet zoveel toe doet dat de wereld er sinds zijn eerste column in 1960, althans in cijfers, enigszins anders uitziet. Daar zou je over kunnen debatteren. Het gaat niet zo goed met Europa, maar het is er intussen wel en het heeft tegenwoordig duizend bevoegdheden die het toen niet had. Eén ervan is dat we binnen een paar weken onze bezuinigingsplannen bij Olli Rehn moeten inleveren. Er zijn nu bijna 3000 multilaterale verdragen in de wereld, een orde van grootte meer dan een halve eeuw geleden. Er zijn naar ruwe schatting minimaal 30.000 mensenrechtenorganisaties op de wereld, een spraakmakend deel van de global civil society waarover een halve eeuw geleden niet werd gesproken. Experts zeggen dat het aantal democratieën ongeveer is verdrievoudigd. Democratieën voeren liever overleg dan dat ze oorlogvoeren, dus dat lijkt me mooi meegenomen.
Hopend dat dit méér is dan toevallige fall out van machtspolitiek tussen soevereine staten, hoed ik me met gepaste dank aan Heldring voor illusies

2 april 2012

Ko Coliijn: Ruttes valsstarrige redenering

Ruttes valsstarrige redenering
Als je vindt dat economische diplomatie een landsbelang is, moet je daar ook naar handelen.

Even laconiek als hardnekkig blijft Mark Rutte zeggen dat het Polenmeldpunt een particuliere oprisping van de PVV is, waarop hij als premier niet hoeft te reageren. Een gelegenheidsredenering die in het ‘afspraak is afspraak’-credo van dit kabinet wordt geperst. Ik zou er het woord ‘valsstarrig’ voor willen munten.

Ruttes voorganger dacht er in 2008 anders over toen een eerdere particuliere oprisping van Wilders het land in rep en roer bracht met het filmgedrocht dat Fitna heette. Het kabinet-Balkenende mobiliseerde het diplomatieke corps om de schadelijke gevolgen in moslimlanden, en dus voor ons land, te beperken. Waarom nu niet?

Verklaring één is misschien dat we toen de Deense cartoonrel net achter de rug hadden en dat die het klimaat onheilspellender maakte dan nu. Het kabinet moest rekening houden met vergelding uit radicale hoek.

Verklaring twee is een variant op één. Niet de wereld is veranderd, maar Nederland. We zijn inmiddels niet meer het aardige, tolerante land van vroeger. Het kabinet denkt dat de wereld aan het veranderde Nederland en Wilders gewend is geraakt en geen uitleg meer nodig heeft.

Verklaring drie is dat we nu niet met boze moslims, maar met boze Polen van doen hebben. Die zullen wel anders reageren, kan Rutte redeneren, want Polen zijn toch heel andere mensen. Geen redenering die van de gelijkheid der medemens uitgaat natuurlijk. Maar Rutte zou kunnen argumenteren dat de terreurdimensie in het Fitna-geval wel aanwezig was en in het Polengeval niet.

Verklaring vier is dat de PVV nu – althans voor het afhaken van Hero Brinkman – het kabinet-Rutte aan een Kamermeerderheid helpt. Eigenlijk had Balkende het in dit opzicht zelfs nog makkelijker dan Rutte: hij had de steun van de PVV niet nodig, dus had Fitna zonder coalitierisico kunnen wegwuiven als een privé-uitglijder van een gek geworden parlementariër. Maar dat deed hij niet, en dat contrasteert met Rutte. Rutte kan zich blijkbaar geen kritiek op gedoogpartner Wilders permitteren. De coalitie weegt het zwaarst.

Verklaring vijf is dat Rutte werkelijk meent wat hij zegt en het – anders dan Balkenende – allemaal niet zo interessant vindt wat gewone Nederlandse politici roepen en doen. Dat is jammer, onkies, onverschillig, ongeloofwaardig en bovendien erg zuinig in vergelijking met wat hij twee jaar geleden in het debat over de regeringsverklaring beloofde. Toen was hij weliswaar niet van plan om ‘als commentator’ iedere keer iets over Wilders te zeggen als hij het met hem oneens was, maar wel als het nodig was om problemen te analyseren en oplossingen aan te dragen. Zo’n probleem is er nu. En hij zei toen ook: ‘Wij zullen mensen nooit, maar dan ook nooit, afschrijven omdat ze een bepaald geloof of bepaalde etnische achtergrond hebben.’

Ook Maxime Verhagen ging twee jaar geleden een stap verder dan nu blijkbaar is toegestaan. Over het plan van Wilders om op 11 september in New York eens flink te keer te gaan tegen de bouw van een moskee op Ground Zero zei hij toen: ‘Op het moment dat er zaken gezegd worden die haaks staan op mijn opvattingen, zal ik in net zo scherpe bewoordingen afstand nemen als ik in het verleden heb gedaan.’ Wilders’ moskeetoespraak viel uiteindelijk nog mee, maar Verhagen hield woord en bekritiseerde het optreden. Dat was dapperder dan het tactische zwijgen nu.

Hoewel alle verklaringen wel een beetje van toepassing zijn, kun je voor de zoveelste keer concluderen dat buitenlandse politiek door dit kabinet zonodig wordt opgeofferd aan coalitiepolitiek en populisme. Dat is droevig genoeg, voor het land dat volgens de jaarlijkse ‘Index on Globalization’ het op twee na meest geglobaliseerde land ter wereld is. Het is behalve onfatsoenlijk bovendien contraproductief. Dit kabinet heeft economische diplomatie tot een apart en hoog beleidsdoel verheven. Binnen de departementen circuleren waslijsten van maatregelen en goede voornemens om de BV Nederland in de grote wereld vooruit te helpen.

Diplomatieke posten worden gesloten als ze daar niet aan bijdragen, anderen gaan juist open, laptopgezanten gaan op pad om boter, kaas en eieren te promoten, en er wordt gedacht aan een ‘exportadmiraal’ die Hollandse wapens aan de man brengt. Enzovoort. Als je vindt dat economische diplomatie een landsbelang is, moet je daar ook naar handelen. Het minste wat je dan zou verwachten, is dat economische diplomatie niet alleen landen, markten en harten verovert, maar ook andere landen niet wegzet. Een premier wordt niet afgerekend op zijn valsstarrige liefde voor Wilders, maar op het landsbelang.

2 maart 2012

Ko Colijn: Hoe ver kan Iran nucleair gaan tot de VS en Israël ingrijpen? De ‘red line’ is een gevecht op zichzelf

Hoe ver kan Iran nucleair gaan tot de VS en Israël ingrijpen? De ‘red line’ is een gevecht op zichzelf.
Het nut van red lines (‘tot hier en niet verder’) is dat de tegenpartij weet waar hij aan toe is, er niet onderuit kan kruipen. Als ze geloofwaardig zijn, willen ze ook nog wel eens werken. Het gevaar van red lines is dat er geen weg terug is. In het conflict over het atoomprogramma van Iran wilden alle partijen tot nu toe de uiterste consequentie – oorlog – liever uit de weg gaan. Wel dreigen, maar niet zeggen waarmee en wanneer.

‘Alle opties liggen op tafel’ is de mantra, maar nooit een als…dan…-scenario. Dat is niet per se laf, maar bewuste politiek. Afschrikken werkt beter als je de tegenstander in het ongewisse laat. Maar als de maanden wegtikken zonder dat er iets gebeurt, komen de rode lijnen toch in beeld. Het atoomconflict met Iran knettert de laatste tijd van de red lines. Een teken van toenemende twijfel en spanning. Twijfel bij Israël en de VS over elkaars bereidheid tot het dreigen met militaire actie, spanning over de gewenste hoogte van de inzet.

Op 2 december zei Leon Panetta (de Amerikaanse minister van Defensie) dat Israël geen militaire actie moest ondernemen, en al helemaal niet zonder coördinatie met de VS. Half december zei premier Netanjahoe tegen Obama dat je zo de oorlog tegen Iran nooit zou winnen. Maar Panetta hield zijn poot stijf. Op 19 december vertrouwde hij een CBS-reporter toe dat het voor hem pas een red line was als Iran een kernwapen zou ontwikkelen, wat zeker nog een jaar niet het geval was. ‘Tenzij ze ergens een geheime uraniumverrijkingsinstallatie hebben.’

Slappe knieën, vond Israël. Op kerstavond zei vicepremier Moshe Ya’alon: ‘Als wij leiders in het Westen horen zeggen dat militaire actie geen werkelijke optie is, dat de prijs te hoog is, dan is het ook geen geloofwaardige optie meer.’ Maar Panetta bleef herhalen dat het kúnnen maken van de atoombom voor de VS niet de red line was, alleen het ontwikkelen ervan. Op 10 januari gooide stafchef Benny Gantz olie op het vuur door in de Knesset te voorspellen dat 2012 een kritiek ‘nucleair’ jaar voor Iran zou worden, waarin het land ‘onnatuurlijke gebeurtenissen’ zou gaan beleven. Kort daarna werd in Teheran een atoomexpert in zijn auto opgeblazen

De VS bleek inmiddels op een zijtoneel wel red line-taal te spreken. Op 12 januari berichtte The New York Times dat de regering-Obama via een geheim kanaal de geestelijke leider Khamenei had gewaarschuwd dat Amerikaanse oorlogsschepen Iran zouden beletten de Straat van Hormuz af te sluiten. Op 16 januari zei inlichtingenchef James Clapper in de Senaat dat Iran nog niet had besloten een kernwapen te ontwikkelen. ‘Belachelijk,’ reageerde Israëls andere vicepremier, Silvan Shalom, de volgende dag. Iedere westerse inlichtingendienst weet dat ze dat wél doen. ‘We moeten daar onderling niet over twisten en hen stoppen.’
‘Het Iraanse militaire atoomprogramma schuift nu een zone van immuniteit in. Het punt waarop een fysieke aanval erop onmogelijk wordt, is de grens.’
Op 2 februari ging de zenuwenoorlog tussen Washington en Jeruzalem door, toen The Washington Post het bericht bracht dat Panetta een Israëlische aanval op Iran ‘binnen drie maanden’ voor mogelijk hield. Terwijl Panetta het bericht niet weersprak, leek in Tel Aviv minister Ehoed Barak (Defensie) uit te leggen waarom de red line was gezakt: niet het hebben van de bom, niet het ontwikkelen ervan, niet het kunnen maken van de bom, maar het niet meer kunnen uitschakelen van het nucleaire programma was nu de grens voor militair ingrijpen. ‘Het Iraanse militaire atoomprogramma schuift nu een zone van immuniteit in. Het punt waarop een fysieke aanval erop onmogelijk wordt, is de grens.’

Na aanslagen op Israëlische diplomaten in Bangkok, Georgië en India kwam Netanjahoe op 15 februari in de Knesset met weer een nieuwe ‘rode lijn’, namelijk ‘tegen Iraanse agressie’. Op 16 februari kwam het in de VS-Senaat tot een botsing tussen inlichtingenbaas Clapper, die herhaalde dat Iran twee rode lijnen niet mocht passeren – het ontwikkelen van de bom en het sluiten van de Straat van Horzmuz – en Republikeinse senatoren die de vorige Israëlische rode lijn (kunnen maken) wilden volgen. Een dag later dienden de senatoren Lieberman en Graham een non-binding bipartisan resolutie in van die strekking, door 29 senatoren gesteund. Sinds een week of twee vinden ‘subgevechten’ in de Senaat plaats over afgeleide rode lijnen (want wanneer mag je spreken van ‘kunnen maken’?). Wanneer houdt het rodelijnengevecht eindelijk op?

Deze week gaat het verder als de ministers van Defensie van Israël en de VS elkaar ontmoeten, een week later staan Netanjahoe en Obama tegenover elkaar in Washington, met rode hoofden.

16 februari 2012

Ko Colijn: Halverwege de revolutie

Het is geen goed idee om een column halverwege een revolutie te schrijven. Je moet het er ruim voor, of ruim na doen. De Jeugd- en Jasmijnrevolutie is aan het eind van het begin, nog niet eens het begin van het eind, laat staan achter de rug.

Zuinig gezegd is in Egypte het ene militaire regime vervangen door het andere. Het andere heeft beloofd om beter te zijn dan het ene, maar de personen zijn hetzelfde en de uniformen zijn niet verwisseld. De grondwet is buiten werking gesteld, we moeten het nu met decreten doen. Dat ze genummerd worden stemt niet tot optimisme.

Ruimgeestig gezegd wordt de persvrijheid ingevoerd, worden er vrije verkiezingen in het vooruitzicht gesteld, de staatsomroep draait leuke muziek en zendt straatinterviews uit, en je mag dansen en zoenen op straat. De Opperste Militaire Raad heeft nimmer met scherp geschoten, de Moslim Broederschap schuift geen presidentskandidaat naar voren, het gezag heeft beloofd zich aan alle internationale verdragen te houden dus ook aan het vredesakkoord met Israël. Ik hoop er het beste van.

De revolutie laat zich niet voorspellen, en misschien zelfs niet achteraf uitleggen.

Les één: kleine vonken leiden tot grote branden. In het in de wereldpolitiek onbeduidende Tunesië stak een marktkoopman zich in brand. Onder het brandglas van de moderne media werd het symbool van de onschuldige wanhoop razendsnel uitvergroot tot landelijke vuurstorm die zich met gemak door landsgrenzen boorde.

Les twee: je kunt een revolutie zonder leider beginnen, er een dictator mee verjagen, maar haar niet voltooien. Of zal dit toch een leiderloze revolutie zijn? Dat moet nog blijken, maar het is een feit dat Mohammed el-Baradei twee weken geleden op het Tahrirplein naliet wat Boris Jeltsin in 1991 wel op het juiste moment deed: bovenop een tank klimmen. Sommigen vinden een leider niet nodig, een logo voldoet tegenwoordig al. De stervende Neda in Teheran 2009, de brandende Mohammed Bouazizi in 2011. Zij maakten de protesteerders immuun voor bedreiging en intimidatie, maar kunnen geen president worden, zoals Havel of Walesa of Jeltsin. Dat waren onvolmaakte stervelingen, maar ik denk dat ze in het vervolg van de revolutie meer voor hun land betekenden dan een volmaakt onsterfelijk logo.

Les drie: Egypte – het land met de geheimste en meest repressieve veiligheidsdienst in de regio – nam het protestvuur over, andere gesloten dictaturen en autoritaire koninkrijken staan nog niet in brand, maar zoeken nerveus naar hun brandverzekering, wetend dat ze niet geïsoleerd zijn. Al weten we niet hoe het zal aflopen in Egypte, we weten nu dat regime change niet (alleen) een zaak is van gewapende interventie van buitenaf (Irak 2003) maar ook het gevolg kan zijn van een ongewapende interventie van binnenuit.

Les vier: we waren getuigen van tot nu toe bijna geweldloze revoluties. Toch waren militairen doorslaggevend, zij het meer door wat ze niet deden dan door wat ze wel kunnen. Ze lieten de betogers hun gang gaan, weigerden te schieten, en pleegden een soft coup toen Moebarak op het laatste moment off script ging en op 11 februari zijn volk vaderlijk toesprak en toch nog probeerde te ringeloren. Ze hebben veel te verliezen: goodwill bij het volk, maar ook de schandelijke privileges van het ancien régime. Ik hoop er alweer het beste van.

Les vijf: iedereen zegt tegenwoordig dat er geen scheiding is tussen binnen- en buitenlandse politiek. De gebeurtenissen in Egypte lijken dat te bevestigen. Als de revolutie wordt gekaapt door moslimfundamentalisten, zou het vredesakkoord met Israël op de tocht staan. Maar dat is áls. De eerste toezegging die de Opperste Militaire Raad op 12 februari deed, was die scheiding juist wél maken. Alles is bespreekbaar, maar tornen aan de internationale verplichtingen is er niet bij. De geschiedenis zal leren of de militairen deze keuze zelf maakten, of door de VS werden beïnvloed. Machtspolitiek is impopulair, maar ook niet dood. De macht van de VS is impopulair, maar ook niet nul.

Les zes: de oppositie in Egypte werd geleid door jeugd, uitgerust met seculiere middelen (Facebook, iPhone), bevlogen door seculiere idealen (mensenrechten, vrijheid en democratie) en geladen met seculiere haat (tegen corruptie, machtsmisbruik, armoede, werkloosheid, sekseongelijkheid). Er is, kortom, een oppositioneel alternatief voor moslimfundamentalisme en anarchie. Het Al Qaida-model heeft er een concurrent bij gekregen.

Les zeven: we werden weer verrast. Na de Val van de Muur, nine-eleven, en de omhelzing van Ruud Gullit door Ramzan Kadyrov heeft de geschiedenis ons weer overvallen. Dat noemen we black swans, een mooie metafoor die ons geen steek verder helpt omdat we bij zwanen altijd in witte waarschijnlijkheid denken.

Aanmelden voor nieuwsbrief

* = verplicht veld
Voorkeur